Een CO2-taks (of het EU-emissiehandelssysteem, waarbij bedrijven moeten betalen voor uitstootrechten) verhoogt de kosten voor uitstootintensieve productie. Een deel daarvan wordt doorberekend in de consumentenprijs, wat producten met een hoge voetafdruk relatief duurder maakt ten opzichte van alternatieven met minder uitstoot.

Het idee achter dit soort beprijzing is dat de milieukosten die eerder buiten de prijs bleven (de zogeheten externe kosten) alsnog zichtbaar worden — waardoor een duurzamer alternatief er in de vergelijking niet meer automatisch duurder uitziet dan het daadwerkelijk is.