Een bos met uitsluitend één boomsoort (vaak grove den of fijnspar in oudere Nederlandse aanplant) is kwetsbaarder voor droogte, storm en ziektes die zich specifiek op die soort richten — verspreidt een probleem zich, dan raakt het hele bos tegelijk getroffen. Een gemengd bos met verschillende soorten en leeftijden is daar veerkrachtiger tegen, omdat niet elke soort even gevoelig is voor dezelfde bedreiging.

Bosbeheerders in Nederland zetten bij herplant daarom steeds vaker in op menging in plaats van uniforme aanplant — een langzamere aanpak, maar een die op de lange termijn een stabieler bos oplevert.