Insecten zoals meelwormen en krekels zetten voedsel veel efficiënter om in eiwit dan vee: minder land, water en uitstoot per kilo eiwit. Ze worden dan ook steeds vaker verwerkt in producten als eiwitrepen, meel of snacks, waar het insect zelf niet meer zichtbaar is.
De belangrijkste drempel in Nederland is vooral cultureel, niet voedingskundig — onbekendheid en een 'ranzigheidsfactor' die in andere delen van de wereld veel minder speelt. Producten waarin het insect verwerkt zit (in plaats van heel zichtbaar) verlagen die drempel aanzienlijk.